Verliefd, verloofd, zwanger… en voor altijd samen – ons echte liefdesverhaal

Ronald en ik…
Wat begon als liefde, groeide uit tot iets groters. Iets diepers. Iets wat je niet kunt plannen, maar wat gewoon gebeurt.

We waren verloofd. En hoewel de wens voor een kindje diep vanbinnen leefde, leek het niet meteen te lukken. Na maanden vol hoop, verwachtingen en teleurstellingen besloten we: we gaan eerst trouwen. Geen stress meer. Geen druk. Geen testen of timing.
We wilden genieten van elkaar, van onze liefde.
Kindjes… dat zou vanzelf wel komen, ooit.

💍 De jurk waarin ik bruid wás

We prikten een trouwdatum. Ik ging op pad, op jurkenjacht – samen met mijn moeder en schoonmoeder. Het werd een dag vol gelach, bewonderende blikken en warme woorden.

Ik paste verschillende jurken, maar toen ik die ene jurk aantrok… gebeurde er iets.
Een rilling door mijn lijf. Mijn adem stokte even.
Ik voelde het: dit is hem. Dit ben ik.

In die jurk werd ik geen aanstaande bruid, ik was een bruid.

Tranen in de ogen van mijn moeder, een glimlach van oor tot oor bij mijn schoonmoeder.
Iedereen voelde het.
Dit was het begin van ons sprookje.

🎭 Carnaval, ruzietje… en twee streepjes

We gaan naar 2014. Carnaval.
De stad kleurde in confetti, wij genoten met volle teugen. We vierden elke dag in het café, lachend, dansend, proostend.
We waren één jaar samen. Een magisch jaar.

Op een van die avonden kregen we een kleine onenigheid – geen ruzie, maar zo’n felle uitwisseling die je achterlaat met een bonzend hart. Het was rond middernacht. We waren moe, licht geïrriteerd…

En ineens dacht ik:
Laat ik voor de grap een zwangerschapstest doen.
Niet omdat ik iets verwachtte – ik had die avond flink wat Flügels op. Maar ik had nog testen liggen en ik wilde mezelf even afleiden.

Ik liep naar de wc.
De test deed z’n werk. Ik keek…

Twee streepjes.

Mijn hart begon te bonken. Mijn handen trilden.
Ik begon te lachen, te huilen, te beven.
“Ronald!” riep ik.

Hij keek me vragend aan. Ik hield de test omhoog.

“Wat is dat?”
“Lief… ik ben zwanger.”

Zijn ogen werden groot. Hij keek van mij naar de test, en weer terug.
“Echt waar?”
Toen kwamen de tranen. De kus. De pure, rauwe blijdschap.

Ik pakte direct mijn telefoon en belde mama.
“Mam… ik ben zwanger!”
Aan de andere kant van de lijn klonk haar slaperige stem. “Ow echt… gefeliciteerd meisje. Wat leuk voor jullie…”

De volgende ochtend belde ik de verloskundige. Onze eerste echo volgde snel.

Daar lag het.
Een klein, knipperend lichtje – een hartje dat klopte.
Piepkleine armpjes, beentjes.
Een wonder.
Acht weken zwanger. Alles zag er goed uit.

Ik hield Ronalds hand vast en wist: dit is ons kindje. Dit is liefde, in z’n puurste vorm.

💖 Een kleintje onderweg – en de grote dag komt dichterbij

Weken vlogen voorbij. Mijn buikje begon zichtbaar te groeien.
Toen we twaalf weken zwanger waren, wilden we dolgraag weten wat het werd.

In stilte hoopte ik op een meisje. Roze jurkjes, strikjes in het haar, kleine vlechtjes maken…
Maar een jongen? Die zag ik ook al helemaal voor me. Stoere kleertjes, gympjes, lekker ravotten in de modder.

En toen kwam het verlossende woord:
Het wordt een jongen.

We sprongen een gat in de lucht.
We brainstormden over namen, kochten rompertjes, een box, badje, stoeltje, knuffeltjes – alles voelde nu écht. De babykamer werd zachtblauw geverfd en aangekleed met liefde.

Ik was vijf maanden zwanger toen ik het voor het eerst voelde:
Een soort plopje. Een tikje in mijn buik.
Alsof er belletjes knapten van binnen.
De eerste schopjes.

Mijn hart smolt.

💒 Trouwen met mijn babybuik – 22 augustus

De dag kwam dichterbij. 22 augustus – onze trouwdag.
En mijn buik? Die groeide vrolijk mee.
Mijn trouwjurk… zou die nog passen?

Bij mijn moeder hing hij, veilig opgeborgen.
Ik trok hem aan.
En ja hoor – hij paste nog. De touwtjes aan de achterkant maakten het mogelijk.

Ik stond daar, hoogzwanger, in mijn droomjurk.
Mijn moeder hielp me met de sluier, mijn make-up werd gedaan, mijn nagels glommen en mijn haren zaten perfect.

Toen ging de deurbel. Ronald stond daar.
In zijn prachtige pak.
Onze blikken kruisten elkaar. We slikten. We glimlachten.
We huilden.

Het was tijd.
We stapten in de trouwauto en reden in een stoet naar het gemeentehuis in Zevenbergen.

De zaal zat vol. Onze dierbaarste mensen.
De muziek begon. Wij liepen samen naar voren.

De ambtenaar sprak prachtige woorden.
Toen kwam het moment.
“Zorg je voor elkaar, in voor- en tegenspoed, tot de dood jullie scheidt?”
We keken elkaar aan. En zeiden: JA.

Mijn zusje Elisa, nichtje Lakeyshia en neefje Skylar brachten de ringen.
Ronald schoof hem om mijn vinger.
En toen… de kus.

We waren getrouwd. Man en vrouw.

En toen… kwam hij. Ronaldo.

Een week na onze trouwdag, vol liefde, vol dromen, gingen we op huwelijksreis. Geen tropisch eiland of luxe hotel, maar iets veel waardevoller: samen met mijn schoonouders, schoonzus en schoonbroer naar CenterParcs.

Een huisje in het groen. De geur van bos na een regenbui.
’s Ochtends koffie aan een houten tafel, spelletjes spelen tot de zon onderging, bingoavonden vol gelach.
Geen haast. Geen verplichtingen. Alleen samenzijn.

Maar ergens, diep in mijn lijf… begon het te kriebelen.
Een oerkracht. Nesteldrang.

Ik kon niet stilzitten.
Kasten moesten worden verschoven, meubels kregen een nieuwe plek, ik poetste met een drift alsof mijn leven ervan afhing.
Alsof mijn lichaam wist: het is bijna zover.

En toen, op een rustige avond, 39 weken zwanger, gebeurde het.

Eerst een zeurend gevoel, alsof iemand zachtjes aan een touwtje in mijn buik trok.
Toen: een golf van warmte.
En daarna: een scherpe steek.
Mijn adem stokte. Mijn hand greep automatisch naar mijn buik.

Krampen. Echte krampen.

Ik wist meteen: dit zijn geen oefenweeën meer. Dit is het.
Binnen een uur kwamen ze sneller. Diep. Rauw. Onverbiddelijk.
Elke wee duwde me dieper in mezelf.

We belden de verloskundige. “Kom maar direct,” zei ze.
Ronald reed ons naar het ziekenhuis. Ik weet nog hoe de autostoel voelde: koud en strak tegen mijn onderrug.
Elke hobbel in de weg voelde als een steek in mijn ruggengraat.

In het ziekenhuis werd ik onderzocht.
“3 centimeter ontsluiting,” zei de verloskundige, terwijl ze me geruststellend aankeek.
“En… de baby is een sterrenkijker.”

Mijn hart zonk.
Ik wist wat dat betekende: het zou pittig worden.

De weeën kwamen nu als een storm. Geen pauze, geen ademruimte.
Ik gilde: “Ik wil een ruggenprik! Ik trek dit niet meer!”
Ze knikten. Handen op mijn schouder.
Het komt goed. Je doet het goed.

Toen de prik eenmaal zat, voelde het alsof de wereld even tot rust kwam.
De storm ging niet weg, maar ik kon eindelijk ademhalen.

Uren later. Alles was stiller in de kamer. Alleen het zachte gepiep van de monitor, Ronalds hand in de mijne.

“10 centimeter,” zei de arts. “Je mag gaan persen.”

En toen begon het echte werk.
Elke pers voelde als klimmen tegen een berg van vuur.
Mijn hele lijf trilde. Mijn haren plakten aan mijn voorhoofd.
Ronald veegde het zweet van mijn slapen, fluisterde: “Je kunt dit. Je bent er bijna.”

Ik voelde hem zakken.
Zijn hoofdje zat laag, maar kwam niet verder.

De gynaecoloog boog zich over mij heen. “Hij zit vast met zijn schouders. We gaan knippen.”
Ik kneep Ronalds hand bijna fijn.

Een scherp gevoel – en toen ineens…

Floep.
Alsof er een golf door mijn lichaam brak.

En daar lag hij.
Op mijn borst. Warm. Nat.
Zijn haartjes plakkerig, zijn huidje rood.
En zijn ogen…
Die kleine, glanzende oogjes, nog half gesloten, maar vol leven.

Een schreeuw. Een zucht. Een traan.

Ik huilde. Ronald huilde.
Alles kwam los. Alles stroomde.
Zonder woorden begrepen we: ons leven is voor altijd veranderd.

Hij pakte de schaar aan. Knipte de navelstreng door, trillend van emotie.
Kuste me vol zachtheid.
“Je bent zo sterk,” fluisterde hij. “En hij is prachtig.”

We noemden hem:
Ronaldo Ronald Robbert de Lint
Geboren op 8 november 2014.

Een kind vol liefde.
Perfect. Volmaakt.
Ons alles.

Thuis met Ronaldo – mijn hart buiten mijn lichaam

Na de bevalling verbleven we nog twee nachten in het ziekenhuis.
Niet alleen vanwege de ruggenprik, maar ook omdat ik tijdens de zwangerschap diabetes had gehad. Ze wilden zeker weten dat onze kleine jongen daar geen last van had.
Elke controle was een kleine zenuwtest, maar telkens opnieuw: alles goed. Zijn bloedsuiker was stabiel. Zijn temperatuur mooi op peil. Hij dronk goed. Hij sliep vredig.

En toch…
Ik kon hem geen seconde uit het oog verliezen.
Zelfs als hij diep in slaap lag in het wiegje naast mijn bed, lag ik wakker.
Ik luisterde naar zijn ademhaling. Telde de seconden tussen zijn zuchtjes.
Ik had hem negen maanden gedragen, onder mijn hart…
En nu lag hij daar. Buiten mij. Maar nog steeds een deel van mij.

Na twee dagen mochten we naar huis.
De lucht buiten voelde ineens anders. Frisser. Zachter.
De wereld was nog steeds dezelfde — maar ik was veranderd.
Ik was moeder.

We reden langzaam naar huis, alsof elke drempel een porselein moment met zich meedroeg.
Ik zat op de achterbank met Ronaldo in het autostoeltje voor het eerst.
Ik kon mijn ogen niet van hem afhouden.
Zijn piepkleine handjes, die af en toe bewogen alsof hij in zijn slaap dromen ving.
Zijn mondje dat af en toe bewoog, alsof hij iets fluisterde tegen een wereld die hij nog moest leren kennen.

Thuis rook alles naar wasmiddel en babypoeder.
Zijn kamertje stond klaar. Het bedje strak opgemaakt, de commode gevuld, zachte knuffels in het hoekje van de kast.
Alles klopte. Alles was klaar.
En toch… voelde niets klaar genoeg.

De bel ging.
De kraamverzorgster kwam binnen.
Een warme vrouw met rustige ogen en een zachte stem.
Ze gaf me direct een gevoel van vertrouwen. Ze nam de zorg over op een manier die liefdevol en respectvol was.
Ze hielp me douchen, legde me uit hoe ik Ronaldo kon verschonen, voeden, dragen.
Maar in mij…
Voelde het dubbel.

🤱 Alleen van mij

Iedereen was lief. Iedereen bedoelde het goed.
Maar diep vanbinnen zat er iets…
Een beschermend instinct dat ik nog nooit eerder had gevoeld.

Ik wilde hem niet uit handen geven.
Niet omdat ik anderen niet vertrouwde.
Maar omdat ik voelde: hij is van mij. Mijn baby. Mijn hart.

Elke keer dat iemand zijn armpjes aanraakte, of hem wilde vasthouden, glimlachte ik — maar mijn binnenste schreeuwde zachtjes.
Laat hem bij mij. Alleen bij mij.

’s Nachts lag hij niet in zijn eigen bedje.
Ik kon het niet.
Hij sliep in mijn armen.
Zijn warme lichaampje tegen mijn borst. Zijn hoofdje vlak onder mijn kin.
Zijn geur was mijn zuurstof.
Zijn kleine zuchten hielden mijn hart kloppend.

Ik zat soms uren beneden op de bank, in stilte, terwijl de rest van de wereld sliep.
Alleen ik… en Ronaldo.
De woonkamer was donker, alleen een zacht nachtlampje verlichtte ons.
Ik streelde zijn hoofdje.
Voelde zijn zachte haartjes onder mijn vingers.
En dacht: hoe kan dit bestaan? Zoveel liefde in één klein lijfje.

De kraamvisite begon te komen.
Er werd geklopt, gelachen, getrakteerd.
Iedereen was blij. Iedereen bracht cadeautjes, rompertjes, knuffels.

Ik bedankte iedereen. Ik glimlachte.
Maar ik hield hem dichtbij.
Steeds. Altijd.

Ik wist dat het gek kon lijken.
Maar dit was niet iets dat ik dacht — dit was iets dat ik voelde in mijn botten.
Hij was mijn alles. Mijn leven in miniatuur.

Wil je weten hoe ons verhaal verdergaat?
Van nachten zonder slaap tot eerste stapjes, van moederschap tot het leven als gezin?

👉 Like deze blog
👉 Abonneer op mijn website
En volg ons verhaal verder — want dit sprookje is nog lang niet uit.

Plaats een reactie

I'm Emily

Welcome to Nook, my cozy corner of the internet dedicated to all things homemade and delightful. Here, I invite you to join me on a journey of creativity, craftsmanship, and all things handmade with a touch of love. Let's get crafty!

Let's connect