
Een nieuw begin: ons huis, onze droom, ons gezin
De zoektocht leek eindeloos. Dagen werden weken, weken werden maanden. Telkens als we dachten: dit is ‘m, glipte het droomhuis weer door onze vingers. Teveel bieders. Te hoge bedragen. Een scheiding waar de verkopers het niet over eens werden. Steeds opnieuw moesten we afscheid nemen van een mogelijkheid, een kans, een gevoel van misschien is dit ons thuis.
Tot die ene dag. Niet in Zevenbergen, zoals we altijd dachten. Nee — Fijnaart. Een plek waar we nog niet eerder écht naar hadden gekeken. Het huis was niet groot. De tuin ook niet. Maar het gevoel… dát was er. Warm. Veilig. Eigen.
Met de hulp van onze tussenpersoon — die ons met raad en daad bijstond — viel alles eindelijk op z’n plek. We kregen het voor elkaar. We kochten ons eerste echte huis. Ons eigen huis. Een plek om herinneringen te maken.
Tussen verhuisdozen en verjaardagsballonnen
We waren dolblij, en konden niet wachten om aan de slag te gaan. Het klussen, verven, het uitzoeken van kleuren en materialen — het gaf ons energie. Maar de sleutel hadden we nog nét niet, toen Ronaldo zijn tweede verjaardag vierde.
8 november. Tussen de verhuisdozen. In het oude huis in Zevenbergen. Geen grote versieringen, geen perfect gestylede kamer, maar wél een huis vol liefde. Zijn lach maakte alles goed.
Een paar dagen later, daar was hij dan. De sleutel. Het moment waarop alles echt begon. We doken erin. Vol enthousiasme. Verven, schoonmaken, lampen ophangen. Tot onze verrassing hadden we een hoge ladder nodig — en zo leerden we onze buren kennen. Gewoon, door even aan te bellen: “Mogen we jullie ladder lenen?”
Dat moment vergeet ik nooit meer. De eerste begroeting. Een simpel gebaar, maar voor mij het begin van een warm buurtgevoel.

Ons eigen paleisje
We maakten het af. Stukje bij beetje werd het huis ons thuis. Ons paleisje. En net op tijd, want Sinterklaas was weer in het land.
Van mijn schoonmoeder kregen we een prachtige nep-openhaard, die echte warmte gaf. Daar zetten we de schoentjes. Daar zongen we samen liedjes voor het slapen gaan. De magie van december voelde ineens nog sterker. Alsof het huis ook meedeed aan het feest.
Het mooiste nieuws
We zaten op een roze wolk — en die werd nóg rozer.
Onze tweede zwangerschap verliep goed, al stond ik dit keer onder controle bij de gynaecoloog vanwege zwangerschapsdiabetes. Ik moest insuline spuiten en regelmatig mijn suikers controleren. Soms was ik moe. Soms draaierig. Maar we hielden het onder controle.
En toen… de echo. Het moment van de waarheid. Een jongen of een meisje?
Een meisje.
De tranen rolden over onze wangen. Een jongen én een meisje. Een droom die uitkwam. We deelden het nieuws met onze ouders en schoonouders — het geluk spatte ervan af. Pure magie.
Een schrikmoment
Maar het leven blijft verrassend. Niet altijd op een fijne manier. Op een dag, ik was pas vijf maanden zwanger, begon ik ineens bloed te verliezen. Ik belde in paniek rond. Geen gehoor. Tot ik mijn oudste zus te pakken kreeg — die me direct naar het ziekenhuis bracht.
Daar lag ik. Met een echo. Trillend van angst. De gynaecoloog keek, en keek nog eens. Gelukkig: er was niets ernstigs te zien. Wat een opluchting. Maar de waarschuwing was duidelijk: rustiger aan doen.
En dat deed ik.
Langzaam keerde de rust terug. En met die rust, ook dat ene gevoel… die schopjes. Het bewegen in mijn buik. Wat had ik dat gemist. Ons meisje liet zich voelen — druk, energiek, levendig. We genoten van elke schop, elk hobbeltje in mijn buik.
De roze kamer stond klaar
We kochten een kinderwagen. De box werd opgezet. De babykamer kleurde roze — zacht en liefdevol. De eerste pakjes lagen netjes gevouwen in de kast.
De bevalling werd ingepland, vanwege de suiker. Maar het leven — alweer — besloot anders.

Op 22 april in de avond begonnen de weeën spontaan. Precies 39 weken zwanger. Ik kreeg opnieuw een ruggenprik, maar die werkte niet. De pijn was intens. Elke wee sneed door mijn lijf. Ik dacht: ik kan dit niet.
Ik voelde mezelf letterlijk openscheuren. De zusters waren streng. Hard. “Niet aanstellen,” zeiden ze. Maar ik trilde. Huilde. Schreeuwde het uit.
Tot het moment dat ik één diepe hap lucht moest nemen. Haar hoofdje was eruit. De navelstreng zat om haar hoofdje — en toen, met één laatste pers…
Daar was ze.

Angelina-Margarita
Zo noemden we haar. Vernoemd naar haar tante Angela en naar mijzelf.
Lief. Klein. Met bolle wangetjes om verliefd op te worden. Ze deed het fantastisch, ondanks mijn suikerziekte. We bleven twee nachten in het ziekenhuis, voor controle. Alles ging goed. De kraamvisite kwam direct langs — verrast, ontroerd, blij.
En Ronaldo? Die ontmoette zijn zusje met zoveel zachtheid en liefde. Het was alsof hij meteen snapte: jij hoort bij ons.
Thuis, in ons paradijsje

Toen we thuis kwamen, stond er een groot geboortebord in de tuin. Overal roze slingers. Op haar kamer hing haar naam. Angelina-Margarita. Alles voelde warm, welkom, liefdevol.
De kraamvisite volgde. En deze keer had ik er rust bij. Ik vond het heerlijk als mensen haar even vasthielden. Even bewonderden.
Het was een tijd om nooit te vergeten.
—
Wil je weten hoe het verder gaat?
Volg mijn blog, like mijn berichten, en blijf op de hoogte van ons avontuur — van klussen tot knuffelen, van slapeloze nachten tot kleine wonderen. 💕

Plaats een reactie