Drinken om erbij te horen

Ik weet nog goed hoe het begon.
De eerste keer dat ik écht alcohol dronk, was op een feestje. Er stond een fles goedkope, zoete witte wijn op tafel. Iemand gaf me een glas met een rietje erin – dat hoorde zo, zei men. Ik nam een paar slokken. Het smaakte mierzoet, chemisch bijna, en ik voelde mijn maag al protesteren. Maar ik dronk door. Waarom? Omdat ik erbij wilde horen. Omdat ik dacht dat anderen me pas zouden zien als ik meedronk.

En ze zagen me. Ik werd melig, lachte om alles en iedereen. Alles leek te draaien alsof ik in een kermisattractie zat. Voor even voelde ik me losser, vrijer, vrolijker. Maar die vrijheid duurde kort. Nog geen uur later zat ik ziek in een hoek. Mijn maag draaide, mijn hoofd bonkte, en ik dacht: waar ben ik eigenlijk mee bezig?

Toch hield dat me niet tegen.
In de jaren erna ben ik vaker dronken geweest. Niet omdat ik zo genoot van alcohol – in tegendeel, ik vond het meestal smerig – maar omdat ik bang was om buiten de groep te vallen. Mixdrankjes zoals sneeuwwitje of een rosébiertje kon ik nog wel waarderen. Die waren zoet, zacht, minder confronterend. Maar de keren dat ik doorschoot, voelde ik altijd dezelfde leegte daarna: ziek, moe en teleurgesteld in mezelf.

Toen kwam Ronald

Toen ik Ronald leerde kennen, veranderde er iets. Ik dronk nog wel, maar niet meer tot ik erbij neerviel. Gewoon een drankje dat ik lekker vond, nooit meer tot ik echt ziek was. Toch bleef de verleiding er – vooral als er feestjes waren.

Een paar weken nadat we samen waren, gingen we naar een bruiloftsfeest. Ik pakte voor het eerst een biertje. Al bij de eerste slok trok mijn keel samen. Het smaakte bitter, vies, alsof ik vloeibaar brood zat te drinken. Ik kokhalsde bijna, maar zette het glas toch weer aan mijn mond. Want iedereen dronk bier. En ik wilde niet de buitenstaander zijn.

Na een paar glazen begon het te draaien. Mijn verlegenheid verdween. Ik stond ineens op een podium, dansend met meiden die ik niet eens kende. Ik lachte, ik voelde me licht, ik voelde me… erbij horen. En toch, onderweg naar huis, zakte de euforie weg. Ik was misselijk, te moe om zelfs mijn schoenen uit te doen. Ronald deed ze voor me uit en legde een deken over me heen. De volgende ochtend verwachtte ik een kater, maar die bleef uit. Wat bleef, was de herinnering aan hoe dubbel het voelde: plezier, maar ook die strijd tegen mezelf.

Grenzen

Later, toen we in Fijnaart woonden, kwam ik opnieuw in die strijd terecht. Burenavonden, sterke drank op tafel, shotjes Likeur 43 die brandden in mijn keel. Iedereen lachte, proostte, riep dat het gezellig was. En ik dronk mee. Tot ik weer misselijk in bed lag en alleen maar wilde slapen.

Die avond heb ik mezelf beloofd: dit nooit meer.
Niet meer drinken tot ik ziek was. Niet meer drinken om een ander tevreden te stellen.

Natuurlijk heb ik daarna nog wel eens een glaasje gedronken op een feestje. Maar ik leerde mijn grenzen. Ik wist waar ik moest stoppen.

En nu

Nu ik kinderen heb, drink ik bijna nooit meer. Misschien een mixje, een zoet drankje dat ik écht lekker vind. Maar nooit meer zoveel dat ik aangeschoten of dronken word. Ik wil niet dat mijn kinderen mij zo zien. Ik wil er voor hen zijn, helder, aanwezig, de moeder die ze nodig hebben.

Want ik heb gezien dat drank niet alleen voor plezier zorgt. Het kan ook veel kapotmaken. Het is niet altijd lachen, dansen en gezelligheid. Er zit een andere kant aan, een kant waar ik liever ver vandaan blijf.

En eerlijk gezegd? Ik mis het niet.
Ik heb geleerd dat je er pas écht bij hoort als je trouw blijft aan jezelf.

Plaats een reactie

I'm Emily

Welcome to Nook, my cozy corner of the internet dedicated to all things homemade and delightful. Here, I invite you to join me on a journey of creativity, craftsmanship, and all things handmade with a touch of love. Let's get crafty!

Let's connect