
Soms kijk ik naar mijn zoon en kan ik nauwelijks bevatten hoe snel de tijd voorbij is gegaan.
Ik zie nog steeds die kleine baby voor me, warm in mijn armen, met dat zachte huidje en die grote, onderzoekende ogen. Als baby was hij zó geweldig. Alles aan hem maakte me gelukkig – zijn eerste lachje, zijn eerste stapjes, het zachte geluid van zijn ademhaling als hij tegen mij in slaap viel.
Als dreumes was hij een zonnestraaltje. Altijd vrolijk, altijd lief. Hij kon met de kleinste dingen spelen en mij daarmee laten glimlachen alsof het het mooiste ter wereld was. En toen hij peuter was – tja, toen was hij opnieuw geweldig. Zo ondeugend soms, maar altijd met die twinkeling in zijn ogen.
Toen hij kleuter werd, zag ik een jongen die met open armen de wereld instapte. Zó braaf, zó leergierig. Ik weet nog dat ik dacht: wat heb ik toch een geluk met hem. Er was werkelijk niets op hem aan te merken.
—
Onze band
Ronaldo en ik hebben altijd een bijzondere band gehad. Hij was niet zomaar mijn zoon – hij was mijn maatje. We deden alles samen.
Ik nam hem mee naar de show van Brandweerman Sam en ik zie hem nog glunderen toen hij zijn held in het echt zag. We gingen samen naar de bioscoop, waar hij met zijn hand in de mijne de grote filmdoeken ontdekte. Samen liepen we door de dierentuin, waar zijn ogen groot werden bij elke leeuw, olifant of aap die we zagen.
Die momenten waren zo puur. Ik voelde me niet alleen moeder, maar ook de gelukkige toeschouwer van zijn kleine ontdekkingsreisjes.
—
En toen kwam tien
Op school deed hij het altijd goed. Hij was de jongen waarvan juffen en meesters zeiden: wat een lieve, nette jongen. Altijd vriendelijk, altijd behulpzaam. Soms kreeg ik wel eens een grote mond, maar dat waaide snel over. Niks ernstigs, gewoon een vleugje eigenwijsheid.
Maar toen kwam die leeftijd. Tien. Bijna elf.
En ineens lijkt alles anders. De lieve kleuter is er nog, maar verstopt achter een nieuwe versie van zichzelf. De versie die mij een grote mond geeft, die brutaal terugpraat, en die soms in lachen uitbarst om alles wat ik zeg – zelfs als ik hem streng toespreek.
Het is alsof hij met mij speelt: Hoe ver kan ik gaan? Waar ligt de grens?
En eerlijk? Soms doet dat pijn.
—
Tussen loslaten en vasthouden
Wat het dubbel maakt, is dat hij nog steeds diezelfde lieve en behulpzame jongen is. Hij zucht wel eens als ik hem iets vraag, maar hij doet het toch. Hij blijft attent, blijft zorgzaam. Ik hoor nog steeds complimenten van anderen: “Wat een nette jongen heb je. Zo lief!” Nooit hoor ik klachten, en dat geeft me een trots en warm gevoel vanbinnen.
Maar als ik hem zie met zijn vrienden, stoer en lachend, zie ik ook hoe hij langzaam van mij loskomt. Hij maakt zijn eigen wereld, waar ik soms alleen nog maar vanaf de zijlijn naar mag kijken. En dat is goed. Dat hoort zo. Maar het maakt mijn hart ook weemoedig.
Want hoe snel is dit gegaan? Hij wordt bijna 11.
Mijn kleine man, die ooit in mijn armen lag, gaat nu met zijn beste vrienden de wereld verkennen.
—
Wat ik hem wil meegeven
Lieve Ronaldo, ook al krijg ik grote monden of hoor ik je lachen om mijn woorden – ik zie jou.
Ik zie de jongen die je was, en de jonge man die je aan het worden bent.
Ik voel nog steeds onze band, die niemand ons ooit kan afnemen.
Je leert me loslaten, zonder écht los te laten.
Je leert me dat moederschap niet alleen draait om knuffelen en vasthouden, maar ook om ruimte geven en vertrouwen.
De jaren vliegen. Maar elke fase, ook deze met je puberstreken, is een cadeautje. Want jij bent mijn mooiste avontuur.
—
✨ Wil je mijn volgende blog niet missen?
Abonneer je op mijn website en ontvang een melding zodra er een nieuwe online staat.

Plaats een reactie