
De droomdeken van Angelina
Toen we opnieuw naar het ziekenhuis moesten voor het bloedprikken, kwamen we terecht in een kamer die bijna sprookjesachtig aanvoelde. De muren waren versierd met vrolijke kleuren en overal zwommen kleine visjes in een prachtig aquarium. Voor even leek het alsof we niet in een ziekenhuis waren, maar in een rustige, veilige plek waar kinderen mochten dromen.
Angelina kreeg haar neusspray. Ze kneep haar ogen dicht toen het prikte in haar neus. Ik zag hoe ze het probeerde weg te lachen, maar ik ken mijn meisje – achter die glimlach zat spanning.
De kinderarts kwam met een verrassing: een droomdeken. Een handgemaakte deken, geweven door Indische vrouwen, met kleurrijke paarden die leken te galopperen over de stof. Het was alsof de paarden haar kwamen beschermen. Natuurlijk wilde Angelina die meteen om zich heen slaan. Ze kroop eronder, alsof ze wist dat dit haar houvast zou zijn in het spannende moment dat zou volgen.
Langzaam zakte haar energie weg. Haar oogleden werden zwaar, haar ademhaling rustiger. De neusspray begon te werken. Maar nog niet genoeg. Na een paar uur kreeg ze nog een spray – en toen gleed ze steeds dieper weg in haar droomwereld.
Ik hield haar hand vast en voelde hoe ze ontspande. Toch brak mijn hart toen ze, zelfs in haar slaap, zachtjes fluisterde dat ze dit niet wilde. Ze wist niet bewust wat er gebeurde, maar haar angst was sterker dan de slaap.
De ‘prikdokter’ kwam erbij. Ik hield mijn adem in. Zou het dit keer lukken?
Gelukkig – god zij dank – lukte het om bloed af te nemen. Een golf van opluchting ging door me heen, maar meteen gevolgd door die ene gedachte die me niet losliet:
Waarom moet mijn meisje dit allemaal meemaken? Waarom is ze zo bang? Wat zou ik er veel voor over hebben om die angst van haar over te nemen.
Toen ze later voorzichtig weer wakker werd, keek ze me slaperig aan. We mochten naar huis. Daar kroop ze meteen op de bank, met haar kussen en natuurlijk haar droomdeken stevig om haar heen. Eindelijk veilig.
—
De uitslag
Een paar dagen later kwam de uitslag. Het bloedonderzoek liet gelukkig niets geks zien. Toch zat er een kleine afwijking in – omdat haar neefje de ziekte van Von Willebrand heeft, wilden ze dit uitsluiten.
Daarom verwezen ze ons door naar het Sophia Kinderziekenhuis. Daar zouden ze opnieuw moeten prikken. Maar dit keer niet met neusspray, niet in slaap. Ze zou alles bewust meemaken.
Alle alarmbellen in mij gingen af. Ze is al zo getraumatiseerd, hoe kan ik haar dat aandoen?
Ik legde het haar uit, eerlijk, zoals ik altijd probeer. Haar reactie brak mijn hart: ze barstte meteen in tranen uit en smeekte dat ze het niet wilde.
Toen wist ik: dit doe ik haar niet aan.
—
De laxeerzakjes
Alsof dit nog niet genoeg was, kreeg Angelina ook zakjes om haar ontlasting te reguleren. Eerst één per dag. Het werkte een beetje, maar niet goed genoeg. Dus werd het verhoogd naar drie per dag.
Ik keek naar die hoeveelheid poeder en dacht: dit kan toch niet goed zijn?
En inderdaad: het liep gewoon langs haar benen naar beneden. Mijn meisje stond daar met zoveel buikpijn en tranen in haar ogen.
En toch zeiden de artsen dat ze gewoon naar school kon. Maar hoe dan? Ik kon haar om de haverklap ophalen, onder de pijn, nat van de lekkages.
Uiteindelijk besloot ik zelf te stoppen. Mijn moederhart zei luid en duidelijk: ik bezorg mijn kind geen pijn.
Wanneer ze ging spelen bij vriendinnetjes, vertelde ik de ouders altijd eerlijk over haar probleem. Ik schaamde me niet, ik wilde alleen dat ze haar konden helpen als het misging. En wat was ik dankbaar – iedereen ving het liefdevol op. Zo kon Angelina tóch lachen en spelen met haar vriendinnen.
Maar thuis… zodra de school of het spelen voorbij was, kwamen de buien weer. Heftige buien. Buien van pijn, boosheid en onmacht.
—
Dit verhaal stopt hier nog niet.
Onze reis met Angelina gaat verder.
Wil je weten hoe? Abonneer je dan op mijn website, en blijf ons volgen in dit pad van zorgen, hoop en kleine lichtpuntjes.

Plaats een reactie