
Het pad van Angelina – mijn strijd als moeder
Soms betrap ik mezelf op die ene, pijnlijke gedachte:
ligt het aan mij dat zij zo is?
Ik ben een mama die alles geeft voor haar kinderen. Ik knuffel, help, speel en luister. Maar ik ben ook streng. Er zijn regels. Regels die ons gezin houvast geven. Regels die ik zelf van huis uit heb meegekregen: respect voor anderen, respect voor je ouders. Dat wil ik mijn kinderen ook leren.
Maar steeds vaker vraag ik me af: ben ik soms té streng? Verwacht ik te veel?
—
Een weekend vol plezier
Een paar weken geleden mocht Angelina bij één van haar beste vriendinnetjes logeren. Het werd een echt kinderfeestje: giechelen tot laat, knutselwerkjes die overal door het huis lagen, popcorn kruimels op de bank, een film onder warme dekentjes. Alles wat een kind maar kan wensen.
De volgende ochtend haalden we haar op. Ze had wallen onder haar ogen, maar haar gezicht straalde van geluk. We gingen meteen door naar de open dag van NAC. Een dag vol muziek, gejuich, en sporthelden. De kinderen mochten alle voetballers ontmoeten, handtekeningen verzamelen en zelf even op het veld staan.
’s Avonds, thuis op de bank, kroop ze tegen me aan. Ze keek me aan met die grote ogen en vroeg zachtjes:
“Mama, ben ik nu heel lief geweest?”
Mijn hart brak en smolt tegelijk.
“Ja lieverd, je was superlief. Ik ben ontzettend trots op je. Ik vind het knap dat je je niet boos hebt gemaakt.”
Ze glimlachte. Ik zag trots in haar ogen. Even leek alles zo gewoon, zo zorgeloos.
—
De stilte na de storm
De volgende dag liep ik naar school om haar op te halen. Al van ver zag ik het aan haar: haar schouders hingen, haar blik was leeg. Ik voelde mijn hart sneller kloppen. Dit gaat mis, dacht ik. Ze was overprikkeld, dat kon ik meteen zien. Maar ze wist zelf niet hoe ze dat moest uiten.
Een dag later wilde ze na school afspreken met een vriendin. Maar dat kon niet – ze had turnen, haar broer voetbal. Ik probeerde rustig uit te leggen dat het morgen wél kon, als ze lief zou zijn. Ze knikte, een beetje boos, maar leek het te accepteren.
Tot ’s avonds, na het turnen. Ze barstte los. Boos, verdrietig, onrustig. Ze kon niks meer hebben van haar broers of zussen. Haar hele lijfje trilde van frustratie. Het was alsof ze explodeerde.
Ik verloor mijn geduld en zei:
“Je mag deze week niet meer afspreken!”
Ze rende huilend naar haar kamer. Ik hoorde haar snikken achter de deur. En ik? Ik zat beneden, boos en verdrietig tegelijk. Want diep vanbinnen wéét ik dat er iets in haar hoofdje zit dat haar in de weg staat. En toch reageer ik boos, in de hoop dat ze leert dat dit gedrag niet goed is.
—
De uitbarsting op het schoolplein
De dag erna kwam ze hand in hand met een nieuw vriendinnetje naar buiten. Mijn hart maakte een sprongetje – wát mooi dat ze meteen aansluiting vond met een nieuw meisje in de klas.
Maar nog voor ze iets kon vragen, zei ik:
“Angelina, denk eerst na. Waarom mocht jij deze week niet afspreken?”
Alsof er een knop omging, barstte ze los. Boos. Schreeuwend. Ze greep mijn fietsstuur vast en weigerde los te laten. Haar gezicht vuurrood, haar lijfje gespannen. Op het schoolplein. Voor iedereen.
Ik voelde de blikken branden. Schaamte, machteloosheid en woede vochten in mij om de eerste plaats. Ik bood snel mijn excuses aan haar vriendin en haar vader. Gelukkig begrepen ze het, maar in mij stormde het.
Thuis? Alsof er niets gebeurd was. Ze sprong van de fiets, liep naar binnen en deed normaal. Alsof ze zelf niet eens meer wist wat er net gebeurd was.
—
De buien die alles overschaduwen
Die avond kwamen er nog meer buien. Zo heftig dat ik haar vroeg haar pyjama aan te doen en vroeg naar bed te gaan. Ik was op.
Ik heb geleerd dat sommige kinderen rustig worden als je ze stevig vasthoudt, als je armen om ze heen slaat. Bij Angelina werkt dat niet. Ze gilt zo hard, dat het lijkt alsof er een misdaad plaatsvindt. Alsof iemand haar pijn doet. Het gaat door merg en been.
En dit is geen eenmalig incident. Het gebeurt vaker. Ook als ik haar alleen maar zachtjes bij de arm pak en zeg dat ze naar boven moet. Ze verzet zich alsof ik haar iets verschrikkelijks aandoe.
Ik ben zó moe. Mijn energie is op. Soms voel ik me leeg van binnen. Verdrietig, teleurgesteld in mezelf, en vooral machteloos.
—
Tijd voor hulp
Ik heb met Angelina gepraat. Ik heb haar verteld dat we hulp gaan zoeken. Niet omdat ze “stout” is, maar omdat ik wil dat ze rust vindt in haar hoofdje. Dat ze leert omgaan met die buien. Dat ze zichzelf beter begrijpt en weet dat ze niet alleen is in dit gevecht.
Maar we moeten wachten. Onze vaste huisarts is op vakantie. En de andere huisarts – die neemt ons nooit serieus. “Aanstellerij,” zegt hij dan. Of: “Het is hyperventilatie.” Nooit is er iets volgens hem. Dus we wachten. Nog twee lange weken.
Twee weken volhouden. Voor haar. Voor ons.
Want ondanks alles – ondanks de driftbuien, de schaamte op het schoolplein, de tranen en de slapeloze nachten – hou ik onvoorwaardelijk van mijn meisje.
En ik zal er altijd voor haar zijn.
In goede en in slechte tijden.
—
👉Volg mijn blog en abonneer je via mijn website.

Plaats een reactie