
Heel subtiel, bijna onmerkbaar.
Alsof mijn hart na lange tijd weer zacht begon te kloppen, niet alleen omdat het moest, maar omdat het wílde.
Na jaren waarin ik mezelf een beetje kwijt was, waarin ik vaak naar binnen keek en alleen maar leegte voelde, is er iets veranderd.
Iets kleins, iets magisch.
En dat ‘iets’ is hij.
Ronald.
Ik weet niet precies wanneer het begon.
Misschien was het die ene ochtend, toen hij langs me liep en zijn hand even zacht mijn schouder raakte — achteloos, maar warm.
Of misschien was het die blik, dat ene moment dat onze ogen elkaar vonden en ik plots weer diezelfde tinteling voelde die ik vroeger ook had, toen alles nog nieuw en spannend was.
Het voelde alsof mijn hart fluisterde: kijk eens goed… hij is er nog. En jij ook.
Langzaam begon het te groeien.
Een gevoel dat zich verspreidde als zonlicht over koude huid.
Warm, zacht, levend.
Ik begon hem weer anders te zien — of misschien zag ik eindelijk weer écht.
De manier waarop hij lacht, hoe zijn ogen altijd iets ondeugends hebben, hoe zijn stem mij kalmeert zonder dat hij iets bijzonders zegt.
En ik voelde iets ontwaken in mezelf.
Ik wilde weer mooi zijn. Niet omdat ik moest, maar omdat ik wílde.
Ik wilde mijn haar doen, mijn lievelingsparfum opspuiten, mijn lippen licht kleuren.
Niet voor de wereld, maar voor hem.
Voor Ronald.
Ik wilde dat hij mij zag — niet alleen als de vrouw die naast hem leeft, maar als de vrouw die naar hem verlangt, die voor hem glimlacht, die zijn warmte in haar hart bewaart.
En toen hij me aankeek, met die zachte, vertrouwde blik, wist ik het:
hij ziet mij.
Dat moment voelde als thuiskomen.
Zijn ogen vertelden me zonder woorden: ik ben er, en ik zie jou — echt jou.
En opeens kleurde alles anders.
De lucht rook frisser, mijn dagen voelden lichter, muziek klonk dieper.
Ik betrapte mezelf erop dat ik weer vlinders voelde — vlinders waarvan ik dacht dat ze waren weggevlogen, voorgoed.
Maar nee, ze waren gewoon even stil geweest. En nu fladderen ze weer, wild en levend, elke keer dat ik zijn stem hoor.
Ronald raakt me niet alleen met zijn handen, maar met zijn aanwezigheid.
Zijn warmte vult de kamers, zijn glimlach maakt alles zachter.
En wanneer hij mijn naam zegt, hoor ik iets vertrouwds — iets wat me raakt tot diep in mijn kern.
Ik ben weer verliefd.
Niet op een nieuw iemand, niet op een droom, maar op hem — de man die er altijd al was, zelfs toen ik mezelf even kwijt was.
De man die bleef, met zijn rustige kracht en zijn stille liefde.
En dat is misschien wel het mooiste wat er is:
Om opnieuw verliefd te worden op degene die al die tijd naast je liep.
Om weer te voelen, te tintelen, te leven.
Om te weten: dit is mijn liefde, dit is mijn thuis.
Ronald —
je ziet me, je raakt me,
en je laat me voelen dat ik er mag zijn.
Ik ben weer verliefd. Op jou.

Plaats een reactie