Soms voelt het alsof ik ademhaal door een storm heen.
Een storm die begint met iets kleins — een zucht, een blik, een woord dat verkeerd valt.

Mijn dochter, mijn lieve, slimme, gevoelige meisje… ze worstelt.
Met haar gevoelens, met haar gedachten, met de wereld die haar te luid, te fel en te vol lijkt.
Misschien is het autisme, misschien nog iets anders — niemand weet het zeker.
Maar ik zie het.
Ik voel het.
Elke dag.

Het begint vaak met iets kleins.
Een liedje op de radio dat ze deze keer niet mag aanzetten.
Een verzoek om haar huiswerk te maken.
De woorden: “Vandaag kun je niet afspreken.”
En dan…
zie ik de donderlucht in haar ogen ontstaan.

Binnen een paar seconden barst de bui los.
Ze gilt, trilt, gooit met haar armen in de lucht, alsof ze probeert de wereld van zich af te slaan.
Haar stem vult het hele huis, rauw en scherp,
en ik sta daar — midden in de storm — met mijn hart in mijn keel.

Als ik haar probeer te kalmeren, of zachtjes haar hand vastpak om naar huis te gaan,
trekt ze zich los, gilt ze nog harder.
Mensen kijken.
Hun blikken snijden als messen door mijn huid.
Ze denken vast: wat doet die moeder haar kind aan?

Maar ze weten niet…
dat ik haar níét pijn doe.
Dat ik haar nooit pijn zou doen.
Ze weten niet dat ik alleen maar probeer haar te bereiken —
in dat doolhof van emoties waarin ze zelf verdwaald is.

En toch, hoe pijnlijk het ook is om toe te geven —
soms word ík ook boos.
Niet omdat ik dat wil.
Niet omdat ik haar iets kwalijk neem.
Maar omdat ik op ben.
Omdat mijn hoofd gonst, mijn hart te vol zit en ik niet meer weet hoe ik haar kan bereiken.
Dan hoor ik mezelf ineens te hard praten,
mijn stem schiet omhoog, mijn woorden klinken scherper dan ik bedoel.
En meteen daarna komt de schuld.
Alsof ik de slechtste moeder op aarde ben.

Er zijn dagen dat ik daarna op de fiets zit, met mijn handen trillend om het stuur.
Mijn hoofd bonkt.
Alsof er vanbinnen iets wil barsten.
Ik staar naar buiten en denk: Ik kan dit niet meer. Niet vandaag.

Toch rijd ik weer naar huis.
Want ik moet.
Omdat ze op mij rekent.
Omdat niemand haar beter begrijpt dan ik — ook al voel ik me soms machteloos, leeg, uitgewrongen.

De huisarts noemt het “gedrag”.
Hij glimlacht vriendelijk en zegt dat “alle kinderen dit hebben”.
Maar hij zag haar niet.
Hij zag de paniek in haar ogen niet, de spanning in haar schouders,
de manier waarop ze na zo’n bui stilletjes in een hoekje kruipt, haar knieën tegen haar borst gedrukt.
Alsof ze zelf bang is voor haar eigen storm.

’s Avonds, als ze eindelijk slaapt, zit ik naast haar bed.
Haar wimpers rusten zwaar op haar wangen, haar ademhaling zacht en regelmatig.
In dat moment lijkt ze weer klein — mijn meisje, mijn alles.
Ik strijk door haar haar, fluister dat ik van haar hou,
ook al heb ik vandaag weer niet alles goed gedaan.
Ook al was ik even te moe, te boos, te menselijk.

En terwijl ik daar zit, voel ik de tranen opkomen.
Tranen van uitputting. Van angst. Van liefde.
Want de waarheid is:
ik weet het soms gewoon niet meer.
Echt niet.

Maar wat ik wél weet,
is dat ik haar nooit opgeef.
Dat ik blijf zoeken, blijven proberen, blijven hopen —
tot ze zichzelf leert begrijpen,
en de storm in haar hoofd eindelijk een beetje gaat liggen.




✨ Voor alle moeders die vechten met onzichtbare stormen — je bent niet hard, niet slecht, niet zwak. Je bent moe, maar vol liefde. En dat is genoeg.

Plaats een reactie

I'm Emily

Welcome to Nook, my cozy corner of the internet dedicated to all things homemade and delightful. Here, I invite you to join me on a journey of creativity, craftsmanship, and all things handmade with a touch of love. Let's get crafty!

Let's connect