
Gevangen in drijfzand. Een moment dat ik nooit zal vergeten.
In 2004, toen ik 12 jaar oud was en in groep 8 zat, beleefde ik een dag die ik nooit meer zal vergeten. Het was een warme dag, vol avontuur, met mijn hartsvriendin Wendy – we waren aan het vissen, onze grootste passie. We deden dat het liefst elke dag, en soms vingen we echt gigantische karpers. Die momenten aan de waterkant waren voor ons pure vrijheid.
We waren op een plek met enorme zandbergen, nieuwsgierig en speels zoals kinderen zijn, gingen we eropuit om de omgeving te verkennen. Overal om ons heen was zand. Op een gegeven moment, gewoon als grapje, deed ik alsof ik vastzat met mijn voet. Ik riep:
“Help! Ik zit vast!”
Wendy rende meteen naar me toe, bezorgd. Maar toen ze bij me kwam, riep ik lachend:
“Grapje!”
We gierden het uit. Zo’n onschuldig moment.
Tot het ineens niet meer onschuldig was.
Even later begon ik écht vast te zitten. Mijn voeten zakten weg in nat zand. Eerst dacht ik nog dat het mee zou vallen. Maar hoe meer ik bewoog, hoe dieper ik wegzonk – tot aan mijn middel. Paniek nam het over.
Ik riep keihard om hulp.
Wendy kwam meteen naar me toe en probeerde me eruit te trekken, maar het lukte niet. We schreeuwden samen om hulp. Gelukkig hoorde een jongen van mijn leeftijd ons en kwam aangerend. Hij rende weg om hulp te halen.
Ik voelde mijn mobiel trillen in mijn broekzak, maar ik kon er niet bij. Er kwamen kleine luchtbelletjes omhoog uit het zand. Alles voelde beangstigend echt. Ik dacht: “Ik ga dood.”
Toen kwamen er een vrouw en een man aan. Ze probeerden me eruit te halen, maar het lukte ook hen niet. Ze belden direct 112.
Ik hoorde in de verte de sirenes naderen. Brandweer, politie… alles leek ineens in beweging. De brandweermannen legden een ladder op het drijfzand en groeven mijn benen voorzichtig uit. En toen… ik was vrij. Een van de stoere brandweermannen tilde me op zijn schouder – ik voelde me gered, opgelucht, veilig.
Ze vroegen of ik pijn had. Alleen mijn benen deden zeer van het vastzitten. De politie besloot dat een ambulance niet nodig was en bracht me met het busje naar huis.
Thuis stond mijn moeder al buiten, in paniek. Ze hoorde het verhaal aan en sloot me huilend in haar armen.
Ik was koud, uitgeput en dankbaar. Mijn moeder hielp me onder de douche, en ik probeerde te beseffen wat er allemaal was gebeurd.
Later heb ik nog geprobeerd om uit te zoeken wie de jongen was die hulp haalde, en wie de mensen waren die 112 belden. Helaas heb ik dat nooit kunnen achterhalen.
Maar ik ben hen voor altijd dankbaar.
Zij waren mijn reddende engelen.
—
Wat ik hiervan heb geleerd
Drijfzand lijkt misschien iets uit films of verhalen, maar het is écht gevaarlijk. Het overkomt je ineens, en hoe meer je beweegt, hoe erger het wordt. En ook: nooit roepen om hulp als grapje – want als het écht misgaat, wil je dat mensen meteen in actie komen.
• • •
