
Een Nieuw Begin – Ons Verhaal naar 2024
Het nieuwe jaar begon rustig, maar bracht ons meer dan we ooit hadden verwacht.
De kinderen kregen allemaal een nieuw klasgenootje. Dat gebeurt wel vaker, maar dit keer was het anders. Binnen een paar dagen liepen ze samen van school naar huis, rugtassen slingerend aan hun armen, lachend alsof ze elkaar al jaren kenden.
En alsof het een verhaal was dat iemand vooraf al geschreven had, bleken deze kinderen broers en zussen. Hun moeder — vrolijk, spontaan, met datzelfde beetje gek dat ik in mezelf herken — stond daar op het schoolplein. Eén gesprek, en ik wist: jij en ik gaan het goed vinden.
Wat begon met “Zullen we eens een kopje koffie drinken?” groeide uit tot lange avonden samen aan de eettafel. Koude thee, want we praatten te veel om eraan te denken. De kinderen renden door het huis, met wangen zo rood als appeltjes. We gingen samen naar Mini Mundi, strooiden popcorn in de bioscoop, vierden verjaardagen vol taartkruimels en confetti, stonden met glitter op onze wangen bij carnaval en liepen naast elkaar de avondvierdaagse.
Ik voelde iets wat ik lang had gemist: een vriendin die blijft.
Niet alleen in de vrolijke momenten, maar ook als het leven even zwaar aanvoelt.
Ronald vond intussen zijn maatje in haar man. Samen stonden ze tot laat in de avond te klooien met gereedschap, met het soort gelach dat van ver te horen is.
—
Mijn kleine meisje wordt groot
In april kwam een mijlpaal die mijn hart verwarmde én brak tegelijk: Rivyaina werd vier.
Ze stond naast mijn bed, nog in haar pyjama, met ogen zo groot als de kaarsjes op haar taart. “Mama, vandaag mag ik oefenen op school!”
Ze huppelde het lokaal in alsof ze het al jaren deed, zonder om te kijken. Ik bleef nog even staan in de deuropening, mijn hand half geheven om te zwaaien. Ze zat al te kleuren, helemaal in haar eigen wereld.
Terwijl ik naar huis liep, voelde ik de leegte in mijn hand waar normaal haar kleine vingers in lagen.
—
De schaduw van de buren
Maar tussen al die warme momenten door, begon er iets te knagen. Onze buren — of beter gezegd, één specifieke buurvrouw — vond dat onze kinderen te veel geluid maakten.
Een lach in de tuin, een dans in de woonkamer… telkens weer kwam er commentaar.
Het hoogtepunt van absurditeit was toen ze op hoge poten voor onze deur stond omdat ze weer iets had gehoord. Ironisch, want haar eigen kinderen — inmiddels pubers — timmerden gerust om 22:00 ’s avonds, waardoor de onze wakker werden. Ik had daar nooit over geklaagd. Nooit.
Toch begon het me op te vreten. Het constante gezeur maakte het huis zwaar. Het trok als een koude tocht door de kamers. We gingen om de tafel zitten, mét de kinderen, en spraken het hardop uit: we wilden weg.
—
De zoektocht naar lucht
Ik reageerde op huizen, maar telkens stond ik te ver achter in de rij.
Totdat ik dat ene huis in Oud Gastel zag. De foto’s lieten een zonovergoten tuin zien, groen en uitnodigend.
“Ronaldo,” vroeg ik, “hoe zou jij het vinden om daar te wonen?”
Zijn ogen lichtten op. “Doen! Mijn vrienden zie ik toch nog wel.”
—
Liefde op het eerste gezicht
De dag van de bezichtiging ging ik met mijn zus en zwager. Ronald moest werken, maar ik hield hem via videobellen op de hoogte.
Toen we de straat inreden, voelde ik het meteen: dit kon wel eens ons worden. De voortuin lag er verzorgd bij. De achtertuin… immens. Ik zag de kinderen al rennen door het gras, wij op een zomeravond aan een lange tafel met lampionnen in de bomen.
Het huis zelf was kleiner, maar warm. De muren leken je te omarmen.
En toen kwam het moment: degene vóór mij in de wachtrij was niet komen opdagen.
“Wil je het huis?” vroeg de makelaar. Mijn hart sloeg over. Ik belde Ronald, we keken nog eens naar de foto’s, riepen de kinderen erbij.
Samen zeiden we: ja.
—
Dozen, stof en herinneringen
Sinds die dag vullen onze kamers zich langzaam met verhuisdozen.
Soms zit ik op de grond met een stapel foto’s in mijn hand — de eerste schooldag van Ronaldo, Rivyaina in haar eerste pyjama, vakanties aan zee. Ik veeg stof van de kastplank en ruik ineens die vertrouwde geur van ons huis, gemengd met karton en tape.
De kinderen plakken hun namen op dozen, tekenen hartjes op het karton. “Zodat ze weten dat dit van ons is,” zegt Rivyaina.
’s Avonds, als het stil is, loop ik soms nog een rondje door de straat. Ik kijk naar het huis in het oranje licht van de lantaarnpaal. Hier hebben we liefgehad, gelachen, maar ook gevochten tegen dingen die niet zichtbaar waren.
—
Een nieuw hoofdstuk
Binnenkort draaien we voor het laatst de sleutel om in deze voordeur.
We nemen mee wat van ons is — niet alleen spullen, maar ook de herinneringen, de lessen, de liefde. En in Oud Gastel beginnen we opnieuw.
Het wordt niet perfect. Maar het wordt wél ons.
Ons thuis. Ons verhaal.
📩 Wil je ons avontuur blijven volgen? Abonneer je op mijn website en stap met ons mee in dit nieuwe hoofdstuk.

Geef een reactie op wzijlstra10 Reactie annuleren